Creatieve industrie op het juiste Spoor
- Mark van Ostaijen
- 18.09.2007
Op 5 september j.l. is Mark van Ostaijen MSc. (23), student-onderzoeker van Colin, afgestudeerd als Masterstudent Leisure Studies aan de UvT. Zijn afstudeeronderzoek gaat in op de rol van de creatieve industrie in Tilburg omtrent de ontwikkeling van het stedelijk klimaat en de Spoorzone in Tilburg. Zo heeft hij een aantal invullingen van de Spoorzone onderzocht en de wenselijkheid van diverse ontwikkelingen in dat gebied. Verder is de waarde van het stedelijk klimaat aan bod gekomen door met name in te gaan op (intra) sectorale samenwerking, het benutten van de culturele waardeketens en de kwaliteit van het culturele aanbod. Daarnaast heeft hij onderzoek gedaan naar de wisselwerking tussen overheid en creatieve bedrijvigheid, en in hoeverre er zich hier problemen en knelpunten voordoen om daardoor op zoek te gaan naar oplossingen. Tevens zijn de specifieke vestigingsfactoren van creatieve bedrijvigheid in de regio Tilburg onderzocht en in kaart gebracht en ten slotte is er een clusteringsparadox aan bod gekomen door het verschil tussen gebiedsruimtelijke en gebouwlijke clustering van culturele en creatieve bedrijvigheid in Tilburg. Dit heeft hij door middel van groepsinterviews gedaan waarbij o.a. 013, Theaters Tilburg, de Pont, Mundial Productions en de OBT hun medewerking hebben verleend waardoor het onderzoek in de breedte een bijdrage tracht te leveren aan de ontwikkeling van het creatieve potentieel van Tilburg. Een samenvatting van dit onderzoek is hieronder weergegeven, alsmede een link naar het gehele afstudeeronderzoek.
Met het beleidsmatige voornemen om de Spoorzone in Tilburg de aankomende decennia te voorzien van een geheel hernieuwde invulling leende dit gebied zich bij uitstek als uitgangspunt in de vormgeving van dit onderzoek. Zware industrie moet daarbij plaats gaan maken voor een meer centrumstedelijk gebied waarbij wonen, werken en recreëren mogelijk is. De Spoorzone wordt in diverse nota's namelijk omschreven als stedelijk herontwikkelingsproject waarbij cultuur en creativiteit een belangrijke rol moeten gaan spelen (o.a. Gemeente Tilburg, 2005). Het belang van creatieve industrie in de ontwikkeling van steden is door diverse studies aangetoond en wordt in toenemende mate erkent en toegepast door stedelijke herontwikkelaars (o.a. Marlet & van Woerkens, 2005). De creatieve industrie kan het creatieve klimaat van een stad versterken en daardoor de positie in een interstedelijke concurrentiestrijd verstevigen. Het tegemoet komen van wensen en behoeften van bedrijvigheid uit de creatieve sectoren, die in hoge mate ‘footloose' zijn en dus onafhankelijk van reeds bestaande plekken hun activiteiten kunnen ontplooien, kan een positieve wending geven aan stedelijke herontwikkelingsprojecten zoals de Spoorzone. Met de uitgesproken beleidsmatige wens om de creatieve industrie te betrekken in de herontwikkeling van de Spoorzone is het relevant om onderzoek te doen naar de wensen en behoeften van de creatieve industrie in Tilburg aangaande dit nieuwe project. Daarnaast in hoeverre er aansluiting of een match is tussen het gemeentelijk beleid en de behoeften van het werkveld van de creatieve industrie in Tilburg. Omdat de Spoorzone niet een op zichzelf staand gebied is moest er rekening gehouden worden met de andere culturele kwartieren en met de algemeen ruimtelijke context in deze Brabantse stad. Door de herontwikkeling van dit gebied in dit perspectief te plaatsen is er getracht de behoeften van de creatieve industrie ruimtelijk in kaart te brengen door de volgende probleemstelling: ‘'Wat zijn de behoeften van de creatieve industrie in Tilburg en hoe verhouden deze behoeften zich tot het beleid ten aanzien van de creatieve industrie? In hoeverre biedt de Spoorzone daarbij ruimtelijke mogelijkheden voor de invulling van aanwezige behoeften?'' Hierdoor biedt de Spoorzone de mogelijkheid om het behoeftespectrum in een ruimtelijk perspectief te plaatsen en zodoende de wenselijkheid van dit gebied te beschrijven vanuit de creatieve bedrijvigheid. Middels groepsdiscussies is het onderzoek uitgevoerd om zo de drie verschillende sectoren van de creatieve industrie sectoraal te kunnen onderzoeken en tevens cumulatieve dataverzameling te kunnen stimuleren waardoor het behoeftepatroon sectoraal vergeleken kon worden.
Het behoeftespectrum is onderverdeeld in twee ruimtelijke differentiatieniveaus in twee afzonderlijke delen. In de ruimtelijke indeling van het hoofdstuk ‘Tilburg' is het huidige stedelijk creatieve klimaat beschreven op meso- en microniveau waarbij onder andere de communicatiestructuren, waardeketens, samenwerkingsverbanden en netwerken in de verschillende sectoren onderzocht zijn. Daarnaast worden oplossingen en behoeften voor de toekomstige situatie op gebiedsruimtelijk niveau in het hoofdstuk ‘Spoorzone' beschreven.
In het stedelijke klimaat op mesoniveau bestaat er een intrasectoraal gebrek aan samenwerking en dwarsverbanden tussen diverse instellingen. De onzichtbaarheid van activiteiten en de in zichzelf
gekeerdheid van instellingen wordt gezien als oorzaak voor de summiere vormen van interactie en
samenwerking in de Tilburgse creatieve industrie. Daarnaast ontbreekt er een productieschakel in het stedelijke klimaat. Op microniveau ontbreken er ondersteunende schaalvergroters zoals hotel- of congresaccommodaties en een centrum voor beeldende kunst. Goede interne als externe communicatie en marketing omtrent de activiteiten naar instellingen toe zou samenwerking en integratie van dwarsverbanden kunnen stimuleren, waarbij een concrete ontmoetingsplaats annex expositieruimte als evidente factor wordt gezien om het culturele aanbod kwalitatief hoogwaardiger te ontwikkelen. Dus naast het gebrek aan concrete ondersteuningsaccommodaties en een productieschakel wordt er een structurele vorm van samenwerking en netwerken gemist door de creatieve industrie in Tilburg. In de netwerkdynamiek van Tilburg en de daaruit voorvloeiende communicatiestructuren in de stad ziet de creatieve industrie een evidente regisserende en met name faciliterende rol weggelegd voor de Gemeente Tilburg in het stimuleren en ontwikkelen van lokaal potentieel. Ondanks dat er door alle sectoren wordt aangegeven dat de toegankelijkheid van de overheid goed op orde is en dat de ‘'lijntjes kort'' zijn, is er een fundamentele behoefte aan een stedelijk intermediair. Dat wil zeggen, een partij of persoon die in enkelvoud of meervoud in wisselwerking tussen overheid en creatief bedrijfsleven samenwerking initieert en innovatie kan stimuleren, wat in lijn zou kunnen zijn met een benadering van ‘bottom up' beleidsontwikkeling. In een periode waarin de overheid met name terugtredend opereert is een dergelijk vooruitgeschoven positie in het werkveld een optimale invulling om vanuit de spelers in het veld terugkoppelingen te kunnen maken richting beleidsmakers. De mate van clustering wordt door de verschillende respondenten op dit moment als zeer positief beoordeeld. Want zowel gebiedsruimtelijke als gebouwlijke clustering biedt intrasectorale voordelen. Efficiëntie en kostenspreiding zijn voornaam en daarnaast stimulering van creativiteit en innovatie. Motiveringen om tot clustering over te gaan van verschillende partijen hangen hiermee samen. Ontmoeting, het vormen van netwerken en samenwerkingsverbanden wordt door clustering direct gestimuleerd. Het behoud van zichtbaarheid, identiteit en herkenning is daarbij van groot belang. Hiermee vertoont de onderzoeksgroep vele overeenkomsten met de literatuur aangaande clustering, waarbij efficiëntie, risicospreiding en effectiviteit de primaire voorwaarden zijn om interactie, netwerkvorming en samenwerking binnen clusters mogelijk te maken. Het eerder beschreven tekort van samenwerking wordt dus niet zozeer ervaren ìn de aanwezige clusterverbanden, eerder buiten de muren van het bestaande cluster. Vele clusters ontplooien hun activiteiten veelal op eigen ‘eilandjes' in het Tilburgse klimaat, terwijl er weinig interactie plaatsvindt tússen de diverse clusterinitiatieven. Hierdoor lijkt een clusteringsparadox op te treden waarbij samenwerking ìn de bestaande clusters, dwarsverbanden buiten de clusters enigszins elimineert. De behoefte tot meer samenwerking in de huidige situatie zou impliciet een reden kunnen zijn dat men in de toekomstige situatie van de Spoorzone de behoefte etaleert voor een centrale ontmoetingsplek waarin interactie en ontmoeting gestimuleerd kunnen worden door middel van exposities of tentoonstellingen. In ieder geval wordt de behoefte tot ontmoeting duidelijk geprojecteerd als invulling van de Spoorzone, waar concrete invullingen als broedplaatsen, een kermismuseum, een dagmarkt, een Volkspaleis of ‘'een KunstHal achtig iets'' , waar ‘het Tilburgse' en de Tilburgse ‘roots' zichtbaar kunnen worden. Een karakteristieke culturele invulling zou op die manier de Spoorzone van een ankerpunt kunnen voorzien. Verschillende respondenten hebben aangegeven bereid te zijn hun activiteiten in de Spoorzone te willen ontwikkelen, waarbij de overtuiging bestaat dat met name één instelling een vooraanstaande rol kan vervullen in de herontwikkeling van het gebied. De openbare bibliotheek wordt namelijk door alle sectoren genoemd als meest potentiële kandidaat om de Spoorzone van voldoende massa, omvang en toeloop te voorzien. Naast de genoemde concrete culturele invullingen is er een duidelijk accent voor de zakelijke exploitering van het gebied. Hoogwaardige dienstverleners die voor grootschalig economisch rendement moeten zorgen en die continue en structureel de financiële motor draaiende kunnen houden, waardoor er ruimte vrij kan komen voor kleinschalige culturele activiteiten. Uiteindelijk moet dit een mix opleveren tussen een zakelijke en creatief culturele invulling van het gebied. Daarnaast met name ook zakelijk, grootschalig en kosmopolitisch om voldoende differentiatie aan te brengen in het perspectief van de gebiedsruimtelijke context van Tilburg, waarin de Spoorzone zich bevindt. Door grootschalige ontwikkelingen en de mogelijkheid tot presentatie en distributie van cultuur in de Spoorzone kunnen investeringen zoals in het Veemarktkwartier op het gebied van culturele en creatieve productie daarop aansluiten. De complementariteit van de diverse kwartieren op elkaar moet de uiteindelijke meerwaarde van de Spoorzone impliceren. Ook de architectuur moet daar aan bijdragen. Aanvullend op de aanwezige historie en organisch met het bestaande fundament. De Spoorzone moet een gebied worden waar de historie het vertrekpunt moet zijn om moderne bouwstijlen te kunnen integreren inhet stedenbouwkundig geheel. Deze zoektocht moet leiden tot multidisciplinaire en multifunctionele oplossingen in de vormgeving en invulling van het gebied. Omdat de Spoorzone qua locatie en potentie aantrekkelijk kan zijn voor externe partijen van buiten de stad is inzicht in vestigingsfactoren van belang. Een drietal vestigingsfactoren is daarbij naar voren gekomen die de kerncompetenties van Tilburg weten te karakteriseren, namelijk de internationale en provinciale ligging, het klimaat en de facilitering. ‘Ligging' staat zowel voor de ligging tussen afzetmarkten in de Randstad, Brussel en het Ruhrgebied, alsmede de ontwikkeling van een nichemarktjuist ten opzichte van deze drie verzadigde gebieden en daarnaast centraal gelegen in Noord-Brabant. Het ‘klimaat' door enerzijds het aanwezige creatief stedelijk klimaat en de manier waarop de overheid zich daarvoor inzet en anderzijds met name het brede en tevens specifieke (culturele) onderwijsklimaat de kennisinfrastructuur in Tilburg. De ‘facilitering' wordt gekenmerkt door financiële en huisvestingsfaciliteiten die de overheid heeft ingezet om gewenste partijen aan de stad te verbinden. Deze vestigingsbehoeften zijn overzichtelijk weergegeven. Ten slotte zijn er diverse wenselijke externe toevoegingen aan de stad beschreven vanuit de creatieve sectoren zoals diverse provinciale (multimediale) steunfuncties en nationale of internationale mediapartijen zoals EMI, altijd in overeenstemming met een langetermijn visie ter bevordering van de ontwikkeling van specifieke kernsectoren.
Geconcludeerd kan worden dat er op instellingenniveau een tekort aan samenwerking wordt ervaren. Dit kan een oorzaak zijn van de vele clusterverbanden waarin intensief wordt samengewerkt, maar waardoor crosssectorale samenwerking en interactie uitblijft. Wellicht ook dat dit de oorzaak is voor de behoefte aan een centrale ontmoetingsplaats waar samenwerking en interactie zichtbaar gestimuleerd kunnen worden. Dit kan ten goede komen aan de zichtbaarheid en vindbaarheid van elkaars activiteiten. Vindbaarheid van elkaars activiteiten kan er vervolgens voor zorgen dat de zichtbaarheid naar buiten toe ook structureel vorm kan krijgen. Structurele marketing en communicatie en dus de zichtbaarheid van instellingen, activiteiten en de stad kunnen zo tot ontwikkeling komen om de aandacht te vestigen op lokale initiatieven. Het culturele klimaat in Tilburg wordt nog teveel bevestigend onder elkaar bevonden door het ontbreken aan schaalvergroters en een productieschakel.Juist in deze slag naar een meer kosmopolitisch klimaat en dito aanbod ligt een belangrijke positie voor de Spoorzone als zichtbaar visitekaartje van Tilburg. De invulling van de Spoorzone moet, naast culturele content zoals de centrale bibliotheek en broedplaatsen, als complementair cluster in Tilburg de economische motor van Tilburg worden. Een gebied waar middels de bestaande historie nieuwe externe zakelijke dienstverleners aan de stad worden verbonden waardoor er ruimte vrijkomt voor de creatieve sectoren. Om deze invulling en de ontwikkeling van het huidige Tilburgse stedelijke klimaat en de toekomstige Spoorzone in een optimale wisselwerking te laten plaatsvinden tussen overheid en het werkveld, is het van belang om een stedelijk intermediair aan te stellen. Een vooruitgeschoven positie waarin structurele samenwerking en interactie plaatsvindt om de ontwikkelingsmogelijkheden in Tilburg tussen creatieve industrie en overheid te faciliteren. Deze wisselwerking kan ervoor zorgen dat de beschreven knelpunten, problemen en hiaten zichtbaar worden. Tevens kan het tekort aan samenwerking in het huidige stedelijke klimaat van Tilburg verbeterd worden. De toekomstige stedelijke ontwikkeling van Tilburg alsmede de nabije ruimtelijke invulling van de Spoorzone zouden gebaat zijn bij deze structurele werkvorm in wisselwerking met het werkveld. Het ontstaan van nieuwe vormen van creatieve bedrijvigheid vraagt om nieuwe vormen van beleidsvoering. Daar ligt een kans voor de toekomst van Tilburg.
Het gehele afstudeeronderzoek is te downloaden via deze link:
http://arno.uvt.nl/show.cgi?fid=65241


